Kamp Moria, Lesbos – kerst 2019    

De kerstdagen en Oud & Nieuw mochten wij doorbrengen op het Griekse eiland Lesbos om ons daar in te zetten voor de vluchtelingen / ontheemde medemensen, in kamp Moria. Een poging om wat ervaringen en verhalen onder woorden te brengen; maar hoe goed we ons best ook doen om het te verwoorden, ieder woord schiet te kort en is de situatie niet in woorden of beelden uit te drukken.

Na een toch wel voorspoedige reis zijn we dan (voor sommigen opnieuw) op Lesbos, waarbij we niet bang hoefden te zijn om onze bestemming niet te halen, wat bij al deze mensen in het kamp, die met een rubberboot naar Europa zijn gekomen, wel anders was. ‘We vertrouwden de zee om ons aan de overkant te brengen, maar de zee heeft ons bedrogen.’ Waar een groot deel niet het besef heeft dat kerst voor de deur staat, omdat iedere dag hetzelfde is. Wachten op eten, wachten voor het toilet, wachten voor de dokter, ja wachten voor alles en tegelijkertijd overleven in een vaak gammele tent in de regen en koude wind. Ook voor deze mensen die in zulke duistere omstandigheden leven is Christus, (Het ware Licht en de Vrede), naar deze aarde gekomen.

De eerste indruk
Wanneer wij als nieuwelingen de training door pastor Tim, een Amerikaanse evangelist die voor langere tijd dienstbaar is op Lesbos, hebben gehad, is het de hoogste tijd om het kamp in te gaan. Om het in één woord samen te vatten: overweldigend! Daar waar we het kamp deze zomer, begin augustus, achterlieten met ongeveer 8200 mensen, is dit aantal nu, eind december, opgelopen tot een slordige 20 000. Terwijl er eigenlijk maar plaats en voorzieningen zijn voor 3100 mensen. In de zomer was er het officiële kamp binnen de hekken, wat eigenlijk geen vluchtelingenkamp is maar een hotspot (waar de mensen in theorie na een aantal dagen verder moeten reizen naar het vaste land), en de jungle aan één zijde van het kamp. Nu is iedere meter in het kamp benut en is het een ware doolhof tussen al die tenten en heeft de jungle zich nu als een waaier in een u-vorm rondom het kamp heen uitgebreid. Wat moeten deze mensen allemaal meemaken met steeds opnieuw hevige regenbuien en een ijzig koude wind in hun gammele zomertentje? Toch is het niet alleen ellende. Overal in het kamp verrijzen marktkraampjes, waar van alles en nog wat wordt verkocht: van fruit tot gereedschap en van vers bereid eten tot tentzeilen. De kappers zijn niet meer op één hand te tellen. De mensen tonen hun veerkracht, zoeken iets om te doen en maken zich op deze manier nuttig en verdienen nog wat om het bestaan wat leefbaarder te maken.

Een avondshift
De nieuw aangekomen vrijwilligers (mannen) keren aan het eind van de middag weer terug in het kamp voor een avondshift om zo kerstavond door te mogen brengen met de minors, jongens van 15, 16 of 17 jaar en soms zelfs nog jonger, die hier helemaal alleen zijn zonder hun ouders of familie. Na een paar uurtjes bij de poort van sectie B (het beschermde deel voor de minors) gestaan te hebben is er hulp nodig bij de new arrivals om daar eten uit te delen en daarna ‘new arrival packages’ uit te delen aan hen die deze dag zijn gearriveerd. Een pakket met een set droge kleding, een hygiëne pakket, een slaapmatje en een slaapzak. Veel van deze goederen kunnen uitgedeeld worden door steun uit met name Nederland. “My friend can I change this jacket? Because it does not fit.” ‘Sorry friend we may only change when it is to small, not when it is to big. So this is the only you can get.’ We geven deze man een jas, maar hij past niet en toch zal hij het er mee moeten doen. Graag zou ik hem een goed passende jas geven, maar helaas is dat niet mogelijk.
Teruggekeerd bij sectie B help ik de anderen weer met het bewaken van de poort, om zo te zorgen dat alleen de jongens die in sectie B wonen ook daadwerkelijk daar naar binnen gaan en geen anderen, en proberen we contact te zoeken met de minors. Een gesprek over de afgelegde reis, achtergelaten familie of toekomstdromen.

Kerstdag
Eerste kerstdag 2019: op verschillende plaatsen op wereld wordt het uit volle borst gezongen: Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen. Vrede… Hier in kamp Moria lijkt het onmogelijk ver weg. Vrede… Daar waar mensen, zoals jij en ik, alles hebben moeten achterlaten en nu overleven in onmenselijke omstandigheden. Vrede, Heere wanneer dan toch? Ruim 2000 jaar geleden kwam Jezus naar deze aarde en was er voor Hem geen plaats: Hij was niet welkom. Zo zijn ook deze mensen niet welkom in Europa en is er voor hen geen plaats. Wat een troost als we dan in de Bijbel lezen dat Jezus zegt: ‘Ik weet wat jullie meemaken, want Ik ben de mens in alles, behalve de zonde, gelijk geworden.’ Deze woorden lijken hier nog meer waarde te hebben. Zijn deze mensen dan minder als wij, omdat hun wieg in een land van oorlog en geweld stond? Zeker niet! Laten wij dankbaar zijn dat onze wieg in een land stond waar het wel veilig is, waar we niet bang hoeven te zijn om vermoord te worden en waar we in alle vrijheid christen kunnen zijn.

Een nachtdienst
Als mannen hebben we ook enkele nachtdiensten voor onze verantwoording te nemen. Dat betekent wachten in het kantoortje bij de new-arrivals en ieder uur een rondje lopen door het kamp om te kijken of alles nog rustig is en er geen opvallende zaken zijn bij het infopoint (basis van Eurorelief in het kamp). Gewapend met een zaklamp lopen we samen het kantoortje uit en controleren even of alles wel goed op slot zit, voordat we onze ronde door het kamp gaan doen. Als de deur niet goed op slot zit is het risico groot dat bij terugkomst spullen zijn verdwenen want een extra deken of set kleren is met een koude wind geen overbodige luxe. Ter hoogte van het infopoint komen we een groep Afghanen tegen die nog wat staan te praten en te eten met elkaar. Ons wordt ook wat eten in handen gedrukt en gezegd dat het typisch Afghaans en echt lekker is. Bij dit gezelschap treffen we ook Khalin, een man die tijdens mijn verblijf in de zomer dagelijks hielp met het bouwen van tenten. Hij vertelt dat hij ondertussen al een jaar en vier maanden hier in kamp Moria zit en er nauwelijks uitzicht is op toekomst. De dagen volgen zich in traag tempo op en lijken allemaal hetzelfde te zijn. Nu de winter is aangebroken is het leven in het kamp veel moeilijker. Mannen zijn vaker dronken, om maar niet bij hun problemen stil toe hoeven staan en bijna iedere nacht zijn er vechtpartijen. Sommigen vertellen ons dat zij christen zijn geworden hier in het kamp en dat God alleen hen kan helpen. Jezus het Licht van de wereld schijnt ook deze nacht met kerst in de donkerte van deze ellende. Na een stevige hug vervolgen wij onze ronde door het kamp. Een volgende ronde komen we een groepje Congolese mannen tegen die een praatje met ons beginnen: Waarom lopen jullie hier met kerst? Je moet bij je familie zijn om gezellig met hen kerst te vieren. Evangelisatie en verspreiden van christelijke lectuur is verboden in het kamp, maar als we een aanleiding krijgen om te getuigen nemen we die met beide handen aan. Hier is dan zo’n kans. Waarom wij hier in het kamp rondlopen is voor ons niet zo moeilijk. Wij zien het als onze roeping om te delen van de liefde van Jezus die in onze harten leeft en vanuit die liefde om te zien naar onze medemens. Christus die uit liefde naar deze aarde kwam en omzag naar degenen die door de samenleving uitgekotst werden en voor wie Hij zorgde. Zijn voetstappen willen wij drukken en daarom zijn wij met liefde deze kerstdagen in het kamp. Na nog wat gepraat te hebben over het leven in het kamp en toekomstdromen moeten we weer verder. Er rest deze mannen nog één vraag: ‘jongens, willen jullie alsjeblieft voordat je gaat slapen bidden dat wij een veilige plaats in Europa zullen krijgen?’

Zo lopen we terug naar het kantoortje, met in ons hart veel vragen waar we geen antwoord op weten, maar tegelijkertijd ook met dankbaarheid voor de ontmoetingen met deze mannen waarin Gods licht en liefde doorheen mocht schijnen; ondanks de schrijnende omstandigheden. Voor de deur van het kantoortje hebben enkele Afghaanse mannen een vuurtje gemaakt om zich warm te houden. Wij worden uitgenodigd om bij hen plaats te nemen en in gebrekkig Engels, ondersteund door Google translate, proberen we een praatje met elkaar te maken. De mannen laten vol trots een batch zien, waarop te zien is dat zij vrijwilligerswerk doen bij een andere organisatie. Ook nu, 4 uur in de ochtend, zijn ze daarmee bezig. Zo blijkt even later dat ze nummertjes uitdelen om enige structuur aan te brengen in de rij voor de interviews of zoiets, om zo zoveel mogelijk gedrang en het recht van de sterkste te voorkomen en iedereen gelijke rechten te geven.

Een aantal dagdiensten
Na met elkaar als vrijwilligers begonnen te zijn met een stukje uit de Bijbel en gebed is het de hoogste tijd om aan het werk te gaan. Na een paar dagen regen en storm lekt een van de tenten in sectie D (het beschermde deel voor alleenstaande vrouwen) Of wij even willen gaan kijken en mogelijk de tarp (extra zeil over de tent) kunnen repareren. Al snel komen er een paar vrouwen uit de tent om te kijken wat er allemaal gaande is en wie er zo aan hun tent staat te trekken. Wanneer ze zien dat het vrijwilligers van Eurorelief zijn wordt er al snel gevraagd ‘my friend, do you like tea?’ Dat aanbod slaan we niet af en het werk moet daar maar even op wachten. Ondertussen dient het volgende probleem bij de vrouwen zich aan. Ze hebben een muis in de tent en krijgen hem niet weg. Of we ook gelijk even willen kijken of we wat tegen dat beestje kunnen doen. Er wordt een gat in de tent getoond, zo groot als een mannenhand waar de muis door naar binnen en buiten gaat. Kunnen jullie dat dicht maken? Sorry dames, zet er maar een stuk hout voor, zodat hij niet meer naar binnen kan want verder kunnen we nu helaas niks doen.

Controle moet er zijn: “censen”
Een andere veel voorkomende taak is: het zogeheten censen; waarbij je op pad gaat met een lijst met tentnummers in combinatie met personen die in die tent zouden moeten wonen, (maar waar op eigen initiatief nogal eens wijzigingen in worden gedaan), zonder dit te melden. Het is belangrijk om te weten waar iedereen woont, want als er iemand naar de dokter moet of een transfer naar Athene krijgt, dan moet die persoon wel gevonden kunnen worden. ‘Jongens, jullie moeten in de U-zone beginnen, dat zijn de life-shelters midden in het kamp met alleen maar alleenstaande mannen’. Ook sommige van deze mannen vertellen een stukje van hun levensverhaal. Enkelen zitten al bijna 2 jaar in het kamp en zijn daar duidelijk gefrustreerd over. Zoveel anderen zijn gekomen én weer gegaan, terwijl zij hier nog zitten. Ze vragen waarom we van Eurorelief steeds terug blijven komen om te kijken wie er allemaal in hun shelter wonen, terwijl er al een half jaar niemand gewijzigd is. ‘Meneer dat moeten wij doen omdat er vaak wél mensen wijzigen én we moeten weten waar iedereen woont, anders kunnen we de mensen niet vinden om hun een ticket voor de dokter of Athene te brengen als dat nodig is’. ‘Een ticket!? Zolang als wij hier wonen heeft er nog nooit iemand van ons een ticket ontvangen, dus het is grote onzin dat ze jullie van infopoint hierheen sturen’. ‘Vriend, we begrijpen je frustratie, maar wij doen ook alleen wat ons opgedragen wordt. Hopelijk krijgt u snel een ticket naar Athene, zodat u weer een stapje verder bent in uw procedureaanvraag’.

Oplopende frustraties versus uitzichtloosheid
Een paar dagen later, aan het einde van onze dagdienst, terwijl wij de heuvel aflopen richting het infopoint, komt deze man, samen met een vriend, ons tegemoet de heuvel op. Zodra hij mij in het oog krijgt komt hij op me af en vraagt waar ik om vier uur was deze middag. Hij had zijn vriend speciaal eerder uit Mytilini terug laten komen, waar deze werkt als vertaler, zodat wij ook zijn papieren konden controleren en dat hij in de shelter bij hem woont. ‘Sorry meneer, maar ik heb u niet beloofd om terug te komen’. De frustratie die bij deze man al hoog zit loopt nog verder op en steeds dichterbij komend, wordt mij met nadruk verteld dat als ik het waag om hun shelter nog een keer te controleren, hij mijn gezicht zo zal verbouwen dat niemand mij meer zal herkennen. Oei, dat is nogal stevige taal. Gelukkig probeert zijn vriend hem wat te kalmeren en zegt hij dat het om een misverstand gaat en blij is dat wij als vrijwilligers hier in het kamp zijn. Hoe zou ik in deze situatie worden en reageren? Met een brok in mijn keel vervolg ik mijn weg, medelijden hebbend met deze man die er slechts één is van de velen in deze uitzichtloze situatie en waar Europa zich eigenlijk niet mee wil bemoeien.

‘O God, biedt U alstublieft uitkomst in deze onmenselijke situatie! Daar waar Europa de andere kant op kijkt en deze mensen slechter behandeld worden dan de dieren. U kent deze mensen en hun situatie. U alleen kunt hen de ware rust en vrede geven.’

Gerben van Gent